De ouders van S. konden eerst niet geloven dat hun zoon motorische problemen had. Hij voetbalde als de beste en genoot van elke training. De school signaleerde als eerste dat de fijnmotorische taakjes zoals knippen, kleuren en tekenen niet aan hem besteed waren. Het vroeg veel inspanning en het resultaat was niet zoals verwacht. Op basis van een vragenlijst bleek dat ook de ouders merkten dat het eten met bestek, spelen met lego of andere dagdagelijkse fijnmotorische vaardigheden helemaal niet zo vlotten. Dat leidde tot het verder opnemen en uitklaren van die moeilijkheden en uiteindelijk tot de diagnose DCD.