Wat is DCD?

DCD is de afkorting van “Developmental Coordination Disorder” en wordt vertaald als ‘een coördinatie-ontwikkelingsstoornis’.

Het is een motorische stoornis met een opvallend en hardnekkig probleem met het aanleren en/of uitvoeren van motorische vaardigheden. Deze moeilijkheden hebben een duidelijke impact op het dagdagelijks leven. Het kind of de volwassene is trager en onhandiger bij het eten, wassen, aankleden, balspelen, schrijven, huishouden,… Er zijn geen specifieke medische of neurologische afwijkingen die de problemen in coördinatie zouden kunnen verklaren (zoals een verstandelijke beperking, spierziekte, cerebrale parese of een visusstoornis).
Zij vertonen daarnaast vaak ook moeilijkheden op ruimtelijk-visueel vlak en bij het plannen en organiseren in het algemeen (in tijd en ruimte). Zeker op latere leeftijd zijn deze organisatiemoeilijkheden opvallender (deels omdat de omgeving verwacht dat zij zelf hun dagindeling, huiswerk of werk kunnen structureren).

DCD is een zeer diverse aandoening waardoor geen twee personen met DCD dezelfde uitdagingen en sterktes hebben. Sommige kinderen hebben vooral fijnmotorische moeilijkheden, anderen vooral grofmotorische problemen en weer anderen worstelen met beide. De uitdagingen doen zich voor op verschillende domeinen van het dagdagelijks leven. Onderstaande kijkwijze geeft een overzicht. Vergeet hierbij niet dat het om een spectrum gaat waarbij het ene meer aanwezig kan zijn dan het andere en je dus niet alles bij je kind zal herkennen.

En dyspraxie dan…

De term ‘dyspraxie’ is eigenlijk een verouderde term voor DCD. Het dekt niet helemaal de lading van de moeilijkheden die kinderen met DCD hebben. In 1994 werd dan ook internationaal gekozen voor de term DCD. Zo zijn we zeker dat iedereen over hetzelfde spreekt.

We vinden het woord dyspraxie wel terug in SpraakOntwikkelingsDyspraxie (SOD), de nieuwste term voor Verbale OntwikkelingsDyspraxie (VOD). SOD is een stoornis in de ontwikkeling van de spraak. Het gaat om moeite met planning, organisatie en verfijning van de spraakmotoriek en heeft in die zin een link met DCD. De kinderen met SOD worstelen vooral met de dagdagelijkse moeite om zichzelf verstaanbaar uit te drukken. Daarin hebben ze een veel grotere link met de kinderen met OntwikkelingsDysfasie (OD , een taalontwikkelingsstoornis). Zoek je meer informatie over hoe je best kan omgaan met SOD of andere spraakstoornissen, dan vind je die terug op de website van vzw CETOS.

De oorzaak van DCD.

De oorzaak van DCD is nog niet helemaal duidelijk. Onderzoek is lopende en we leren beetje bij beetje bij. Soms zien we DCD voorkomen bij verschillende personen van één gezin. Dat is omdat er deels genetische factoren aan de basis kunnen liggen. Aan de andere kant zijn ook omgevingsfactoren tijdens de zwangerschap of rond de geboorte van belang (bv infectie). Het gaat in elk geval nooit om 1 factor en is dus vaak erg moeilijk te achterhalen.

Hoe vaak komt DCD voor?

DCD komt vaak samen voor met andere ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, leerstoornis (dyslexie, dyscalculie), spraak-taalstoornis en/of autismespectrumstoornis. We merken dat de motorische problemen dan niet zo belangrijk lijken als de andere moeilijkheden en dat DCD onder de radar blijft. Toch zou DCD ongeveer bij 5% van de kinderen voorkomen. Dat wil zeggen dat er in elke klas van 20 kinderen zeker een kind met DCD zit.

Wat brengt de toekomst?

Vroeger werd gezegd dat de motorische problemen er wel zouden “uitgroeien”, maar dat is niet zo. DCD blijft meestal bestaan gedurende de adolescentie en zelfs in het volwassen leven.
Natuurlijk leren deze kinderen motorische vaardigheden, maar dat kost veel tijd, energie en inspanning. En dat is ook zo als de jongvolwassene of volwassene een nieuwe motorische activiteit wil aanleren (zoals auto rijden).
Er is geen ‘geneesmiddel’ voor DCD. Wel kan begeleiding helpen om motorische vaardigheden aan te leren , zorgt het voor een beter zelfbeeld, meer deelname op school en in de vrije tijd en kan het de negatieve sociale en emotionele gevolgen beperken. Sommige kinderen met DCD krijgen ergotherapie of kinesitherapie, bij anderen is dit niet noodzakelijk. Het belangrijkste is ‘zorg op maat’. Hieronder verstaan we aanpassingen en ondersteuning door de omgeving van het kind, zowel op school, thuis als in de ruimere omgeving (sportclub, jeugdbeweging,…).

Weet dat u al een grote stap zette door informatie over DCD te zoeken: onderzoek toonde aan dat de kinderen waarvan de omgeving ‘begrijpt’ wat DCD is het aanzienlijk beter doen. De moeite die u doet om het kind te begrijpen, helpen en begeleiden maakt voor hem/haar al een wereld van verschil!

…ook goede kanten

Jonge kinderen met DCD hebben veel hulp en tijd nodig. Ze botsen vaak tegen een muur van onbegrip bij mensen die hen niet echt kennen, worden als lui of nonchalant gezien. Toch blijven ze hun eigen vrolijke en zachtaardige ik. Ze hebben een groot gevoel voor humor, zijn lief en hebben een groot hart. Ze staan open om te leren en buigen de dingen naar hun hand zodat ze er (soms via een omweg) toch geraken. Ze zijn enorm vindingrijk en volhardend.
Ze zijn goudeerlijk en willen een kans krijgen. Het enige wat ze vragen is begrip en vooral tijd…véél tijd, om zichzelf te kunnen zijn in deze veeleisende wereld. Niet het eindresultaat moeten we beoordelen maar de enorme inzet die kinderen met DCD elke dag geven.

Een tiener en jongvolwassene met DCD heeft vaak al een hele rugzak met ervaringen mee. Sommige waren goed, andere pijnlijk en de meeste vermoedelijk leerrijk. Dankzij die ervaringen en hun doorzetting om verder te gaan waar DCD hen liet struikelen, slagen ze er vaak in de dingen te relativeren. Met humor en een kwinkslag bekijken ze de wereld vanuit een ander perspectief en ontwikkelen zelfs een aantal talenten ‘dankzij’ hun DCD. Ze zijn zorgzaam en empathisch en geven het beste van zichzelf, ook in relaties en vriendschappen. Ze nemen wat anderen voor hen doen niet vanzelfsprekend en hoewel hulp aanvaarden niet makkelijk is, zullen ze je er later des te dankbaarder voor zijn. Jongeren met DCD zijn harde werkers, plantrekkers en vooral doorzetters. Als ze ergens voor gaan, dan gààn ze er ook echt voor! Dat maakt ook dat ze heel goed zijn in het vinden van de niet-zo-voor-de-hand-liggende oplossingen. Ze hebben een warm hart, open geest en vrolijke inborst.

herkennen…

Kinderen met DCD hebben heel wat moeilijkheden met dagdagelijkse vaardigheden die we ook zien bij kinderen met een andere ontwikkelingsstoornis. Wat DCD onderscheidt van de andere stoornissen zijn de duidelijke motorische problemen, vooral op jonge leeftijd. Later zien we vaker andere problemen opduiken.

Het beeld van DCD verandert dus naarmate kinderen opgroeien. Dit heeft onder andere te maken met de verwachtingen die we van kinderen hebben en het soort vaardigheden die ze op een bepaalde leeftijd horen te leren.

Sommige kinderen met DCD leren later omrollen, alleen zitten, kruipen en stappen maar dat is zeker niet zo bij alle kinderen met DCD. Wanneer kinderen wat ouder zijn, moeten ze meer complexe motorische vaardigheden leren en dan worden de motorische moeilijkheden wel duidelijk : moeite om zelfstandig bestek te manipuleren, met twee voetjes samen te springen op een vlotte manier, te fietsen of steppen, zichzelf aan te kleden en veters te strikken en te leren schrijven op een vloeiende manier. Het gaat vaak niet alleen om wat een kind kan, maar ook over de manier waarop deze kinderen de vaardigheid uitvoeren. Ze bewegen vaak houterig en hun bewegingen tonen veel meebewegingen. Ze komen onhandig en stuntelig over : laten dingen uit hun handen vallen of lopen tegen voorwerpen aan. Ze zijn vaak minder goed in loop-, spring- en balspelen en vermijden dus soms sport en bewegingsspelen om die zwakte te verdoezelen.

De tieners en jongeren moeten vaak nog complexere handelingen organiseren en botsen daar tegen hun limieten op. Het haar in een mooie paardenstaart krijgen, zichzelf douchen, kamer en schoolwerk op orde houden,… Het vraagt een mate van organisatie, handigheid en ruimtelijk-visueel inzicht waar zij moeite mee hebben. Ook nieuwe motorische handelingen tijdens technische lessen, labo, sportlessen… leren ze moeilijker aan.

…en de diagnose DCD stellen

Een diagnose DCD wordt niet zomaar gesteld. Er zijn verschillende criteria die afgetoetst worden. Daarnaast zijn er andere ontwikkelingsproblemen die soms dezelfde moeilijkheden geven. Zo schrijven de meeste kinderen met ADHD ook slordig of struikelen zij  over hun eigen voeten. Bij hen gaat het niet om een motorische stoornis. Het is dus erg belangrijk dat onderzoek grondig gebeurt om geen foute conclusies te trekken. Een diagnose wordt best ‘multidisciplinair’ gesteld. Dit wil zeggen dat verschillende hulpverleners met verschillende expertise en kennis de hoofden bijeen steken. Dit kan in een multidisciplinair centrum (waar je hen allemaal op hetzelfde adres vindt) of door in samenspraak met een kinderneuroloog of kinderpsychiater zelf een multidisciplinair dossier samen te stellen (vb.  het CLB doet een intelligentietest, de behandelende kiné neemt het motorische onderzoek af, de kleuterjuf geeft een verslagje van haar bevindingen….enz.).

Maar het begint uiteraard allemaal bij jullie (de ouders) of andere mensen uit de omgeving (turnleerkracht, kleuterjuf,…) die motorische moeilijkheden zien en aan de alarmbel trekken. Dus praat erover met het CLB, je arts of een kinderkinesitherapeut of ergotherapeut uit de buurt zodat jullie samen de juiste eerste stappen kunnen zetten. Want ook als het niet om DCD blijkt te gaan, is het ‘weten’ altijd beter dan je zorgen te maken.